| |
SAMENVATTING ENQUÊTE NAAR DE RELATIE
TUSSEN BEROEP EN PIJN
METHODOLOGIE VAN DE ENQUÊTE
 |
Enquête Beroep en Pijn uitgevoerd door INRA,
in opdracht van de Pain Advisory Board (PAB) en gesponsord door
Boots Healthcare |
 |
Face-to-face enquête ten huize van de respondenten |
 |
3099 contacten, representatief voor de nationale populatie
van 15 jaar en ouder |
 |
1310 contacten (42%) verklaarden een professionele activiteit
uit te oefenen |
PROFIEL VAN DE ACTIEVE GROEP
 |
Monster representatief voor de actieve populatie
 |
55% zijn mannen |
 |
39% is tussen 15 en 34 jaar, 54% tussen 35 en 54 jaar,
7% is 55 jaar en ouder |
 |
76% is afkomstig uit hogere sociale klassen, 24% uit
lagere sociale klassen |
 |
60% is gedomicilieerd in Vlaanderen, 9% in Brussel en
31% in Wallonië |
 |
52% is stadsbewoner, 48% is niet-stadsbewoner |
 |
25% is bediende buiten kantoor, 22% is geschoold arbeider,
19% is zelfstandig, 15% is kantoorbediende, 10% is ongeschoold
arbeider, 5% is kaderlid, 3% heeft een vrij beroep en
1% is landbouwer |
|
DOELSTELLINGEN VAN DE ENQUÊTE
 |
Een overzicht opstellen van beroepsgebonden pijn
 |
Definiëren van de prevalentie van pijn
als gevolg van het werk |
 |
De aard bepalen van de pijnverschijnselen als gevolg
van het werk |
 |
Nagaan van de negatieve invloed op het werk als gevolg
van pijn |
 |
Definiëren van de attitudes in beroepsmiddens
 |
De gebruikelijke reacties van de werknemers |
 |
De opvang door de ondernemingen en de gemelde
tekortkomingen |
|
|
CONCLUSIES VAN DE ENQUÊTE
Kenmerken van het uitgeoefende beroep
 |
De belangrijkste kenmerken die een invloed kunnen
hebben op de mentale en fysieke gezondheidstoestand van de werknemers,
zijn in dalende orde : Rechtop staan (38 ), intellectuele concentratie
(29), zittende houding (29), urgentie, stress en druk (28),
onregelmatige uren (24), geluid (20), schermgebruik (18), zware
voorwerpen (18), geklimatiseerde lucht (12), nachtwerk (12),
buiten werken in alle weersomstandigheden (11), conflictrelaties
(11), herhaalde bewegingen (10), op de baan zijn (9), gebruik
van werktuigen (8), rook (7 !), niet comfortabele ruimte of
meubelen (7), agressieve geuren (6). |
Prevalentie van pijn als gevolg van het werk
 |
35% van de actieve personen verklaart in de loop
van de laatste 12 maanden pijn als gevolg van het werk te hebben
gehad
 |
De prevalentie is hoger in Brussel en in
Vlaanderen dan in Wallonië |
 |
Vrouwen (37) melden het probleem vaker dan mannen (33) |
|
 |
Alle beroepen zijn op min of meer gelijke wijze getroffen
: kantoorbedienden verklaren er het minst van te lijden te hebben
(29) en ongeschoolde arbeiders het meest (42) |
De verschijnselen van pijn
 |
De belangrijkste lokalisatie is veruit de rug
(48), gevolgd door de bovenste ledematen (16), het hoofd (15)
en de onderste ledematen (15) |
 |
Bepaalde verschillen als gevolg van het beroep komen naar
voren :
 |
Niet-geschoolde arbeiders melden vooral
rugpijn (62 vs. 48 gemiddelde) maar melden minder vaak
pijn in de bovenste ledematen (5 vs. 16) en in het hoofd
(7 vs. 15) |
 |
Geschoolde arbeiders melden meer pijn in de bovenste
ledematen (27 vs. 16) en minder hoofdpijn |
 |
Kantoorbedienden melden meer hoofdpijn (35 vs. 15) |
|
 |
39% verklaart bijna alle dagen pijn te lijden, 20% eenmaal
per week, 19% twee- tot driemaal per week en 20 % eenmaal per
maand of minder |
 |
47% verklaart na het verschijnen van de pijn verschillende
dagen na elkaar pijn te hebben, vooral als het gaat om gewrichtspijn
of spierpijn (55) en rugpijn (51) |
De invloed op het werk
 |
7% van de ondervraagde personen verklaart een
volledige werkonbekwaamheid als gevolg van de pijn en 33% meldt
verminderde prestaties – 60% merkt geen enkele invloed
op het werk |
 |
Het totale percentage invloed op het werk stijgt tot 45% in
geval van rugpijn en tot 49% in geval van hardnekkige pijn |
Gebruikelijke reacties
 |
58% zegt te proberen normaal verder te werken,
20% neemt snel een geneesmiddel, 20% probeert zich te ontspannen
zonder het werk te onderbreken en slechts 10% neemt een pauze
(3% gaat naar huis)
 |
Personen met hoofdpijn verklaren vaker een
geneesmiddel te nemen (43 vs. 20) en proberen minder vaak
verder te werken (50 vs. 58) |
 |
Kantoorbedienden (41 vs. 58) en niet-geschoolde arbeiders
(40 vs. 58) zijn het minst geneigd om het werk verder
te zetten |
 |
Niet-geschoolde arbeiders zeggen meestal een pauze te
nemen (14 vs. 10) terwijl kantoorbedienden neiging hebben
zich te ontspannen op de werkplaats (29 vs. 20) |
|
De opvang door de onderneming
 |
Amper 15% van de ondervraagde personen is van
mening dat het probleem door de onderneming ernstig wordt genomen,
12% verklaart dat het probleem onvoldoende erkend wordt, 16%
verklaart dat het verwaarloosd wordt en 27% spreekt van totale
miskenning – 30% spreekt zich niet uit |
Gemelde tekortkomingen
 |
22% van de ondervraagde personen verklaart dat
niets wordt gedaan, 20% is van mening dat het personeel zelf
niet durft te klagen en 19% dat het probleem wordt aanvaard
|
 |
13% is van mening dat het om een persoonlijk probleem gaat
en 8% dat het onmogelijk op te lossen is, 4% dat het om een
tekort aan personeel gaat en 4% dat er een tekort aan tijd en
budgetten is |
 |
Op grond daarvan zijn er verschillen tussen kleine en grote
ondernemingen:
 |
Werknemers in een grote onderneming (>100
werknemers) melden meer dat werknemers niet durven klagen
(26 vs. 20). |
 |
Omgekeerd betreurt één werknemer op vier
in kleine ondernemingen (<20) dat het probleem wordt
aanvaard, tegen minder dan één op vijf gemiddelde |
|
1 De cijfers tussen haakjes zijn percentages
|
|